De dag van het afscheid is aangebroken. Om 7u staan we op, leggen de laatste hand aan de opruim en de inpak en laden de auto in. Na een snel ontbijt (cornflakes)zeggen we gedag tegen Sonja. Om 8u30 waren we al op weg. Er is weinig verkeer en we kunnen vlot doorrijden. Het is bovendien al een bekende weg en dus zijn we om 10u30, na een korte stop om tolars in te slaan, al in Postojna. Nu zal het er dan toch van komen: we gaan de grotten bezoeken. Het weer is intussen weer mooi geworden. Het is bijna niet te geloven dat het in de grot maar 8 graden zal zijn. Na een kaartje gekocht te hebben, schuiven we aan en op het hele uur worden we binnengelaten. In een tunnel staat een open treintje te wachten.
Wanneer dit gevuld is beginnen we te rijden. Al snel rijden we een eerste imposante grot in met prachtige pilaren en verlicht door lusters als was het een balzaal. Met een fikse snelheid jaagt de snelspoorlijn langs wanden en stalagmieten, door tunnels in de rots uitgehouwen. Tot we in een grote zaal komen en iedereen uitstapt. Hier verzamelen de mensen zich per taalgroep. We sluiten ons aan bij een groep franstaligen met een gemiddelde leeftijd van 65 jaar. Daar begint een wandeling van 1.5 km van de ene prachtige zaal naar een volgende ruimte met nog mooiere stalagmieten en stalactieten.
Postojna is de grootste Europese grot en ook een van de eerst ontdekte. Het is voorwaar uniek. Een van de franse dames zal er niet zo een goede herinnering aan overhouden want hoewel de wandeling echt niet zwaar is begint haar astma op te spelen en het is met grote moeite dat ze de rondleiding afmaakt. OP het einde zien we dan de Proteus, een prehistorische vis die overleeft in de grotten. Stekeblind, met longen en kieuwen kan dit dier 12 jaar overleven zonder te eten (hoe ze dit aan de weet zijn gekomen weet ik ook niet: als die vis blind is en in een grot woont kan die bezwaarlijk op een kalender kijken of de maandstanden aflezen lijkt me: hoe kan dat beest dan aan een interviewer vertellen dat het al 12 jaar vast?). Pauline is in ieder geval blij dat ze dit achtste wereldwonder heeft mogen aanschouwen.
Daarna stappen we terug in de trein en rijden naar de uitgang. Daar gaan we eerst eten vooraleer in de auto te stappen: op naar Treviso en Venetië! We rijden nu via Nova Gorica wat een veel betere weg is dan via Triëste. In plaats van via achterafstraatjes vliegen we Italië in via een comfortabele snelweg waar weinig andere gebruikers op rijden. Enkel voor een stuk van de weg moeten we aan een slakkegang over een gewone weg rijden, maar op de heuvelflanken boven ons wordt er gewerkt aan de vervollediging van de snelweg. Zeer goed. In Italië gaat het verkeer heel vlot en we vinden Treviso. Op zoek naar de luchthaven zien we meer van Treviso dan ons lief is. Na de weg te vragen vinden we dan eindelijk de luchthaven. Op de luchthaven is er nog minder parkeerplaats dan aan het station van Berchem. Enkel voor huurauto's is er een plekje en wij moeten de wagen achterlaten op een plaats waar verboden stilstaan borden staan voor gewone stervelingen. Daar geven we de auto terug aan Europcar. We kopen er gelijk kaartjes voor de Ryan Air bus naar Venetië. Ik ben blij als we daar eindelijk op zitten en ontspan tijdens de rit door Veneto naar Venetië. De weg leidt ons langs mooie oude villa's en na een uurtje rijden we over de brug die Venetië met het vasteland verbindt. Vanaf het moment dat je over de lagune rijdt overvalt de betovering van deze stad je. Op de piazzale Roma breng ik eerst drie koffers naar het bagage depot. Met de overblijvende reiszak en onze rugzakjes trekken we naar de halte van de vaporetto. Daar kopen we een dagpas voor ons vier en even later varen we over het Canal Grande.
Hier moet ik even een terzijde zetten. Toen Valerie voorstelde om de laatste dag in Venetië door te brengen verklaarde ik haar voor gek: met de kinderen in de drukste maanden van het jaar in het Italiaanse equivalent van Disney World gaan rondstruinen: dat is toch al te gek. Bovendien is Venetië zwaar overroepen, veel te duur, enz. Gelukkig hield Valerie het been stijf want op het Canal Grande zag ik al in hoe fout ik was.
Een boot als bus, dat kon voor de kinderen al niet meer stuk natuurlijk. Het weer is prachtig, de drukte eerder betoverend en het zicht op de paleizen langs het kanaal niet te evenaren. Bij Rialto stappen we uit en terwijl ik de tassen til, doe ik ook aan een kaartleesoefening om door de wirwar van straten en straatjes de weg naar ons hotel te zoeken.
Hier moet ik weer een terzijde zetten. Toen we beslisten om naar Venetie te gaan begon ik ijverig naar verblijf te zoeken en had via het internet een aantal “redelijk” geprijsde hotels gevonden. Valerie vond in de groene Michelin echter een adres van een klooster. Dat was op het eerste zicht niet goedkoop maar na kijken en vergelijken besloten we dan toch hiernaartoe te gaan. Reserveren was niet simpel: het voorschot moest via postassignatie bezorgd worden.
Hoe fout ik was met mijn verzet tegen dit hotel bleek al vanop het ogenblik dat de deur openging. Een rustige kloostergang, een vriendelijke non. Deze was onmiddellijk gecharmeerd door onze twee kleine vedetjes natuurlijk. Zij begeleidde ons naar onze kamers: twee kamers met twee enkele bedden die naast elkaar lagen, elk met een eigen badkamer met toilet, douche en lavabo.
Nu is Venetië sowieso al rustig, maar de rust die daar heerste is met geen keyboard te beschrijven. Alles was bovendien kraaknet en in orde. Na kort gerust te hebben was het al tijd om naar een restaurant uit te zien. We togen dus op weg en vonden vlakbij een restaurant dat door de gids werd aangeraden. Daar bestelden we een overheerlijk en superfijn avondmaal. Na het eten wandelden we door de nauwe straatjes naar de piazza San Marco dat er in de avond verlichting feeëriek uit zag.
We liepen tot aan het water en besloten om daar de vaporetto tot Rialto te nemen. Met onze dagpas werd dit een gratis boottochtje in de zomeravond waarbij we bewonderend naar de mooi verlichte paleizen keken.
Van Rialto liepen we rustig naar ons hotel. Daar vielen we al snel in een rustige slaap, niet gestoord door het lawaai van dronken Engelsen of door de continue herrie van het verkeer. Een stad met alleen maar kanalen heeft zo zijn voordelen...
Zaterdag 28 augustus
We staan om 8u30 op na een superrustige kloosternacht. We douchen ons alle vier, kleden ons aan, ruimen op en pakken in. We brengen de bagage naar beneden en gaan naar de directrice/moeder overste om te betalen. Deze spreekt enkel Italiaans maar is super vriendelijk. Ook hier scoren we weer met onze twee lieve kleine blondjes. We krijgen allemaal nog een Maria medaille die ons gezin geluk brengt en de kinderen krijgen nog een sleutelhanger. We laten onze bagage in het hotel en gaan op zoek naar ontbijt.
Op een terras eten we dan een koffiekoek met een capuccino voor ons en warme chocolade voor de meisjes. Die capuccino is de lekkerste die ik ooit dronk en de warme chocolade is een drank die ik nog nooit zo lekker en vol geproefd heb. Gelukkig kregen onze vedetjes dit niet op en hebben we er ook van kunnen proeven.
Daarna trekken we naar het San Marco plein. Daar zijn enorm veel duiven maar nog veel meer toeristen. Er staat al een flinke file om de basiliek te bezoeken en ook de Campanile slaan we maar over. Als dit al zo is om 10u30 wat moet dat dan later op de dag worden? Vluchten, nu het nog kan!!
Na wat zoeken vinden we een boot die ons overbrengen kan naar San Giorgio. Daar is het rustiger en hebben we een mooi uitzicht over de stad. Ginder aangekomen smeren we ons eerst in met zonnecreme want het weer is stralend en aangenaam warm. Terwijl Margaux een beurt krijgt met factor 12, neem ik foto's van starlet Pauline.
Daarna trekken we de basiliek binnen en kijken wat rond. Voor een paar zilverlingen kan je de klokketoren bezoeken en aangezien we niet moeten aanschuiven staan we even later hoog boven de kerk te genieten van een prachtig uitzicht over de Venetiaanse eilanden en de lagune. Het weer is helder en je kan kilometers ver zien. Prachtig. Van hierboven zie je hoe ondiep de lagune eigenlijk wel is.
Als we beneden komen staan ze ook hier al aan te schuiven. Wij nemen de vaporetto naar Zitere. Daar staken we te voet het Rialto eiland over naar de Canal Grande. Onderweg zagen we een van de weinige overblijvende werven waar gondels gebouwd en vooral hersteld worden.
Op het Canal Grande nemen we de vaporetto en varen we tot aan het Casino. Vandaar lopen we door de grote winkelstraat tot in het Getto. Dit is de Joodse wijk die op een zaterdag rustig slaapt onder de zomerse zon. Een verademing van de drukte zonet. Opmerkelijk hoe de rust een straat nodig heeft om terug te keren. Na hier wat rondgekeken te hebben lopen we naar het noorden om de boot te nemen naar Murano, het eiland waar het beroemde Venetiaanse glas vervaardigd wordt. Eerst stoppen we bij een bakker en kopen er een paar pizza's. Deze eten we op in de schaduw gezeten op de trappen van een bruggetje.
Vooraleer we aan de halte van de vaporetto zijn, doorkruisen we nog een rustig stuk Venetië waar kinderen nog op straat (kunnen) spelen. Dit is een mooie stad en absoluut niet zo druk als je zou kunnen verwachten in het hoogseizoen. Na een kwartiertje wachten is er een boot die ons naar Murano brengt. Deze voert ons eerst langs het kerkhof eiland San Michele vooraleer ons op Murano af te zetten.
Daar wandelen we eerst rond en kijken een paar winkels binnen. Dan stoppen we om een glas te gaan drinken op een rustig, maar gezellig terras.
Via het centrum van het eiland lopen we terug om de rest te gaan bekijken. We kijken ook in een glasblazerij die een winkel koppelt aan een atelier. Daar kijken we gefascineerd toe hoe een vakman van gesmolten glas kunstvoorwerpjes maakt. Altijd spectaculair om zien. Het is dan ook met tegenzin dat we naar de vaporetto trekken die ons terug naar San Marco voert. Dat is een lange tocht en best aangenaam.
Aan San Marco vinden we de massa terug, maar via achterafstraatjes met mijn neus op het stadsplan gedrukt vinden we de weg naar ons hotel terug ver van de mensenmassa's. We pikken onze bagage op en lopen naar Rialto, daar nemen we de waterbus naar de piazzale Roma. Aangezien we daar nog te vroeg zijn, eten we eerst iers op een terras en drinken nog wat. Dan haal ik onze bagage uit het depot en gaan we op de bus wachten. Stipt om 18u vertrekt deze naar treviso. We checken in en gaan dan aan de overkant van de straat op een terras nog een glas drinken en de hongerigen nemen er nog een broodje. In de lilliputter luchthaven van Treviso is er in de vertrekhal niks te beleven, dus gelukkig is er een cafe aan de overkant van de straat. Tegen achten gaan we naar binnen en op tijd vertrekt onze vlucht naar België. Deze verloopt zonder speciale gebeurtenissen en om 22u30 landen we terug in een druilerig en kil Charleroi.